Lineaire televisie en connected TV (CTV) lijken op elkaar: allebei draaien ze op het grote scherm in de woonkamer. Voor adverteerders zijn de verschillen groot.
Inkoop: tijdslot versus vertoning
Bij lineaire tv koopt u zendtijd. U kiest zenders en tijdvakken, en de prijs is gebaseerd op het verwachte bereik binnen een doelgroep. Bij CTV koopt u vertoningen aan huishoudens die voldoen aan uw criteria, ongeacht welk programma ze op dat moment kijken.
Targeting: doelgroep versus programma
Lineaire tv bereikt iedereen die op dat moment naar een zender kijkt. Targeting gebeurt indirect, via de keuze voor programma's en tijdvakken. CTV maakt directe targeting mogelijk: op regio, huishoudprofiel, interesses, context en eigen data.
Frequentie: geschat versus gestuurd
Bij lineaire tv wordt frequentie achteraf geschat. Bij CTV kunt u een maximum instellen per huishouden, ook over meerdere apps heen. Dat voorkomt dat een klein deel van uw doelgroep uw commercial veel te vaak ziet.
Meting: kijkcijfers versus vertoningsdata
Lineaire tv wordt gemeten via kijkcijferonderzoek. CTV levert data per vertoning: hoeveel huishoudens, hoe vaak, in welke regio, op welke app — en of de commercial is afgekeken. Daarnaast kan het effect op websitebezoek worden geanalyseerd.
Wat werkt beter?
Dat hangt af van uw doel. Lineaire tv biedt grote, gelijktijdige bereikpieken — bijvoorbeeld rond live sport of nieuws. CTV biedt precisie, flexibiliteit en bereik bij doelgroepen die minder lineair kijken. Veel merken combineren beide: lineaire tv voor massabereik, CTV voor aanvullend en gericht bereik.
Samengevat
- Lineair: zendtijd, programma-gedreven, geschatte frequentie, kijkcijfers.
- CTV: vertoningen, doelgroep-gedreven, gestuurde frequentie, vertoningsdata.