OTT staat voor over-the-top. Het verwijst naar video die via internet wordt geleverd, buiten de traditionele distributie van kabel en satelliet om. De naam komt van het idee dat de content 'over' het bestaande netwerk heen wordt geleverd.
OTT en CTV: wat is het verschil?
De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen iets anders:
- OTT gaat over de manier van leveren: gestreamd via internet.
- CTV gaat over het apparaat: een televisie die met internet verbonden is.
Een serie die via een streamingapp op een smart-tv wordt gekeken, is OTT én CTV. Dezelfde serie op een laptop of smartphone is OTT, maar geen CTV.
Waar adverteer je met OTT?
OTT-inventory bevindt zich onder meer binnen streamingdiensten met een advertentiemodel, video-on-demand-omgevingen van omroepen en premium videoplatforms. Welke inventory beschikbaar is, verschilt per markt, doelgroep en periode.
Waarom OTT?
- Bereik bij doelgroepen die weinig lineaire televisie kijken.
- Eén campagne over meerdere schermen, met centrale frequentiesturing.
- Professionele, brand safe omgevingen.
- Flexibele inkoop zonder vaste instapmomenten.
Hoe wordt OTT ingekocht?
Meestal programmatic: via platforms die per vertoning bepalen of een advertentie wordt getoond, op basis van doelgroep, context en apparaat. Daarnaast bestaan er directe deals met publishers, waarbij volume en prijs vooraf worden afgesproken.
Tot slot
OTT is geen apart kanaal naast televisie, maar de manier waarop een groeiend deel van de video wordt geconsumeerd. Wie OTT en CTV in samenhang plant, bereikt de kijker op het scherm dat hij op dat moment kiest.